100 jaar VEG

100jaarveg

In 1852 werd, op de plaats waar het zogenaamde etablissement van de stichter van Nijverdal, Thomas Ainsworth had gestaan, de eerste mechanische weverij van Nederland gevestigd.Een bedrijf, dat door de snelle groei de benodigde stoomwevers vanuit diverse delen van het land moest aantrekken.

De sociale omstandigheden leidden gemakkelijk tot moreel en geestelijk verval. Wat voor ds.Witteveen van de Zendingsgemeente in Ermelo aanleiding was de evangelist Jacob van Houte te sturen. Onder deze fabrieksarbeiders ontstond rond 1875 een opwekkingsbeweging waardoor de vrije gemeente sterk begon te groeien.

In 1877 ging Van Houte echter over naar de Afgescheiden Gemeente van het Koersenkerkje om daar predikant te worden. Dat was de kerk, waarvan met name de boeren uit de omliggende gebieden lid waren. Hij nam het grootste deel van zijn gemeente mee.

Een ander deel vond geestelijk onderdak in de rond 1880 gestichte evangelisatievereniging Filippus. Deze vereniging kwam eveneens tot grote bloei. Ze kocht een huis, dat als pastorie werd ingericht en bouwde een kerkje, het evangelisatielokaal en het vergadergebouw Het Vischnet.

Evangelisten die er dienden waren geen predikanten en mochten daarom geen sacramenten (doop en avondmaal) bedienen. Voor de bediening van het Heilig Avondmaal kwam de hervormde predikant ds.C.de Vries uit Hellendoorn af en toe naar Nijverdal en dopen gebeurde in de Hervormde Gemeente van Hellendoorn of Rijssen.

Rond 1900 groeide de wens de kinderen in Nijverdal te laten dopen. Daarvoor waren echter een officiële kerk en een geordend predikant nodig. Een deel van de leden wilde de vereniging Filippus daarom omzetten in een Hervormde Gemeente. Omdat daarin voor de evangelist, de heer Linthout, wel eens geen plaats zou kunnen zijn wilde een ander deel daar niets van weten.

Het meningsverschil groeide uit tot wat de ‘kerkelijke kwestie’ werd genoemd, maar in feite niets anders was dan een ruzie over het bezit van de eigendommen van Filippus. Een voorstel van de ‘hervormd-gezinden’ om de bezittingen te delen, werd door het bestuur van Filippus van de hand gewezen. Ze bedankten toen als lid en stichtten in 1902 een eigen Hervormde Gemeente. Daarmee hadden ze formeel alle rechten op de bezittingen van de vereniging verloren en hadden de ‘vrienden van de evangelisatie’, zo ze zichzelf noemden, de twijfelachtige eer om als ‘overwinnaar’ uit de strijd te komen.

In 1903 veranderden ze Filippus in een vrije gemeente en noemden die, net als Jacob van Houte voordien al had gedaan: Zendingsgemeente. De leden van het bestuur van Filippus werden kerkenraadsleden en de heer Linthout werd geordend tot predikant.

In 1912 werd, op initiatief van de hervormde kerkenraad, de kerkelijke kwestie bijgelegd. De ‘schuld uit het verleden’ werd met het symbolische bedrag van fl. 1.000.- afgekocht. Sindsdien leven hervormden en vrije evangelischen in veel opzichten ‘als kinderen uit hetzelfde Filippus-huis’, als zusters en broeders samen. De gemeente heeft tot 1949 officieel nog Zendingsgemeente geheten. Die naam werd daarna veranderd in de eigenlijk al vanaf de stichting gebuikte naam Vrije Evangelische Gemeente.

Reacties gesloten