Meditatie: De opening van een kerkdienst.

Onze kerkdiensten beginnen vaak met een lied uit het boek van de Psalmen. Oude teksten uit een ver verleden waarmee we God aanroepen of Hem eren. En dat doen we (uit respect) staande. Dat het eerste lied in een dienst vaak een psalm is doen we niet alleen om onszelf te plaatsen in de lange rij gelovigen die ons zijn voorgegaan, maar ook om onze afkomst aan te geven: de kerk is uit de synagoge (waar de psalmen werden gelezen) voortgekomen.

Dit eerste lied wordt ook wel ‘intochtslied’ (of in het Latijn ‘Introitus’) genoemd. Een niet zo gelukkig woord. En als je het dan, zoals in sommige kerken gebeurt, laat zingen tijdens de binnenkomst van de kerkenraad, liggen de misverstanden voor het oprapen. Alsof we de kerkenraad toezingen. En als de kerkenraad al binnen is? Ook dan blijft het vreemd (hoewel ik dat zelf ook lange tijd gedachteloos heb gedaan) te spreken over ‘intochtslied’. Want wie houdt er op dat moment intocht? Niemand! De dienst gaat beginnen. We zijn er allemaal. Ook God, dat geloven en belijden we. Nee, beter is het – denk ik – te spreken van ‘openingslied’ of ‘aanvangslied’.

Na het openingslied volgt er een moment van stilte als voorbereiding. Daarna klinken de woorden: ‘Onze hulp is in de naam van de Heer die hemel en aarde gemaakt heeft.’ Sommigen noemen dit wel het ‘votum’, anderen spreken over ‘bemoediging’. Je zou kunnen denken: wat maakt het uit hoe je het noemt! Maar dat het wèl wat uit maakt, dat het niet één pot nat is, wordt duidelijk als je kijkt naar de betekenis van ‘votum’. ‘Votum’ is latijn voor ‘stem’, het doen van een stevige uitspraak, het zeggen van ‘zó is het!’. Het ‘Onze hulp’ wordt daarmee een soort geloofsbelijdenis. Wij geven ons woord door te zeggen dat wij geloven dat de Heer die hemel en aarde gemaakt heeft onze hulp is.

Heel anders klinkt het ‘Onze hulp’ als je deze woorden ‘bemoediging’ noemt. Dan zeggen niet wíj wat wíj vinden en belijden, maar wordt ons iets toegezegd. Na het aanvangslied mogen we – als bemoediging – horen dat er een Heer is die onze hulp wil zijn, een Heer die boven alle zichtbare en onzichtbare machten staat die ons bestaan soms bedreigen.
Als bevestiging van de woorden van bemoediging (u begrijpt dat daar mijn persoonlijke voorkeur ligt) klinken vervolgens de woorden ‘Genade en vrede voor u/jou van God de Vader en zijn zoon Jezus, de Christus, onze Heer’. Een groet die eigenlijk dankbaar instemmend door de gemeente zou moeten worden beantwoord met ‘Amen’, omdat beurtspraak hoort tot het joodse erfgoed en bijdraagt tot het ontmoetingskarakter van de kerkdienst.

Als we daarna gaan zitten, de dienst ‘echt’ begint, is er dus inmiddels al heel wat gebeurd!

Ds W. Broekema

Boekenlegger op de permalink.

Reacties gesloten