Uitleg zondag 27 mei: De Zaaier

 

Preek van Janneke Doornebal

Nijverdal VEG 2018 27 mei – de Zaaier

Schriftgedeelten Jesaja 55 : 1 – 9 en Mattheus 13: 1 – 9

Gemeente van Christus,

Ik hoor de laatste tijd nogal eens vragen als: Bestaat er straks nog wel een kerk in Nederland? Hoe moet het met onze gemeente, als we steeds ouder en grijzer worden?(verwijzing naar de Bondsvergadering van 26 mei waarop (nog eens) gezegd werd dat VEG Enschede, VEG Velp en ook VEG Oude Pekela volgend jaar stoppen).

Steeds vaker hoor ik ook van plannen om dat te stoppen, om de kerk weer vol te krijgen, of tenminste een beetje voller dan nu… En daarnaast hoor ik ook steeds vaker van mensen die er niet meer in geloven, die het niet meer zien zitten.

Wij vragen ons dat vast ook wel eens af. Bestaat de PKN of Bond nog wel over 25 jaar? Sombere gedachten. Maar – ik zei het al – gelukkig hoor ik de laatste tijd ook, en steeds vaker, vaak over plannen, gedachten en ideeën die hoop geven, die perspectief bieden. Ik hoor van plekken waar mensen met iets nieuws beginnen. Christenen die zomaar ergens in een dorp of een wijk mensen weten te interesseren voor heel verschillende dingen. Een bezinningsbijeenkomst, een gesprekskring, een jongerenontmoetingsplek, The Passion, waar miljoenen mensen naar kijken…

En soms groeien hele kleine initiatieven van een paar mensen uit tot een huiskamergroep, waar mensen regelmatig bij elkaar komen. Soms ontstaat er zelf een soort van nieuwe gemeente. Pioniersplekken – ze zijn er overal, ook in het oosten van Nederland.

In deze tijd zijn veel gemeenten bezig met het voorbereiden van iets dat daar ook mee te maken heeft. Ik heb gehoord dat jullie er in Nijverdal ook over nadenken. Het heet Kerkproeverij. Misschien hebben jullie er vorig jaar wel iets over gehoord of gelezen rond september. In heel Nederland doen allerlei kerken eraan mee, van PKN tot VEG, van RK tot pinkstergemeenten, van Christelijk Gereformeerd tot Baptisten. Het gaat erom dat christenen in Nederland mensen uitnodigen om eens een keertje mee naar de kerk te gaan. Gewoon, om eens te kijken hoe het daar toegaat. Om te proeven wat daar geboden wordt – en om te ontdekken of dat naar meer smaakt.

Dat is allemaal heel spannend. Want we willen heel graag dat er meer mensen in de kerk komen. We willen graag dat anderen ontdekken dat geloven iets voor ons betekent, dat het ons moed geeft en vertrouwen…
Maar we willen wel dat als we zoiets doen, dat het iets oplevert! En dat is lastig. Er komen helemaal niet veel meer jongeren in de kerk, ook al doe je nog zo je best met jeugdwerk… En het is maar de vraag als je iemand uitnodigt, of die dan ook komt.
En dan? Is het dan mislukt? Als je iemand vraagt: Ga eens een keer met me mee, naar een gewone dienst, of naar de startdienst, en die ander zegt ‘nee’ – wat dan? Of als die ander zelfs boos wordt: ‘Wat denk jij nou – ik ga echt niet mee, ik moet daar helemaal niks van hebben!’

Vaak zijn we bang dat zoiets zal gebeuren, dat de ander ons zal afwijzen,  en daarom beginnen we er maar niet eens aan. Of we zijn teleurgesteld, omdat we te weinig resultaat zien van werk dat probeert op een nieuwe manier dingen te doen, en dan trekken we onze financiële bijdrage maar weer in… Dat is de situatie die we denk ik allemaal wel herkennen. Wel willen, maar niet durven.

Wel willen, maar niet goed weten hoe. Wel willen, maar als het resultaat niet is wat we hoopten, het opgeven… En intussen niet goed weten hoe het verder moet, waar we heen willen in de toekomst, in de gemeente, in de PKN en de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten…

Tegen die achtergrond lezen we vandaag het verhaal van de zaaier. Een verhaal dat Jezus vertelt na een aantal stevige meningsverschillen met de leiders van het jodendom van zijn tijd. Hij vertelt over het Koninkrijk van God dat gekomen is. En Hij laat zien wat dat betekent: mensen worden vrij, van alles wat hen gevangen houdt, van ziekten en gebreken, van zonde en van schuld!Maar de leiders van die tijd zien niets in wat Hij doet. Hij past niet in hun ideeën over de geloofsgemeenschap. Hij doet dingen niet zoals ze al eeuwenlang gebeurden. Hij trekt zich niks aan van hoe het hoort, of hoe ze het gewend zijn. Hij past zich niet aan hen aan…

Lastig, zo’n onruststoker. En dan vertelt Jezus een aantal verhalen, die allemaal een soort van plaatje geven van wat het is, dat Koninkrijk van God waar Hij over spreekt. Gelijkenissen, noemen we dat. En het eerste verhaal is dat van de zaaier. Net zo’n bekend beeld in die dagen, als voor de meesten van ons hier, denk ik. Als we al niet op het platteland wonen, dan zaaien we wel in onze tuin of desnoods in een pot op het balkon…

Meestal doen we het in Nederland niet meer met de hand, poten en zaaien. Ik herinner me mijn vader die nog met zo’n zinken bak aan een riem om zijn schouder met grote gebaren zaaide.  Als je zaait, weet je niet of het ook succes zal hebben. Je kunt graan zaaien, of iets poten, maar daarna heb je het niet meer helemaal zelf in de hand. Het hangt er maar vanaf. Is de zomer te nat, of te droog? Als het de eerste maand na het zaaien of poten niet regent, komt alles laat of zelfs te laat op, of misschien wel helemaal niet. Als het tegen de oogst alsmaar blijft regenen, verrot alles en kun je niet oogsten dat jaar of hooguit maar een klein deel redden. Je kunt onkruid wieden, je kunt als het nodig is water geven, of beregenen, maar dat er zijn grenzen aan wat je er zelf aan kunt doen. Dat geldt in het groot, maar ook in je tuin, of zelfs in een pot op het balkon…

Zo is het ook met deze zaaier. Jezus vertelt het in één adem door, maar het heeft wel een tijd geduurd voor het resultaat zichtbaar werd. Op sommige plekken is het zaad helemaal niet opgekomen. Vogels hadden het te pakken voor het wortel kon schieten, of het onkruid was zo dicht dat het zaad geen enkele kans maakte. Of het kwam op, maar verdorde direct omdat de wortels niet diep genoeg konden komen. Maar gelukkig zijn er ook plekken waar het wel goed ging: een rijke oogst, elke zaadkorrel bracht er meer op, dertig, zestig, 100 soms wel.

We kennen allemaal wel de uitleg die Jezus erbij geeft. Mensen zijn de grond waarin het zaad van het Koninkrijk valt. En je weet niet meteen wat het doet met die mensen. Sommigen doen er helemaal niks mee – zijn als de weg of het onkruid in de berm. Anderen zijn even enthousiast, maar hebben geen diepgang en het enthousiasme is ook zo weer over. En gelukkig zijn er ook in wie het geloof in dat Koninkrijk wortel schiet, en vruchten draagt en voor wie het veel gaat betekenen.

Die uitleg is ons wel bekend, denk ik.

Vandaag wil ik het hebben over een ander aspect van deze gelijkenis: de tijd die er zit tussen het zaaien en het zien van resultaat… Wij zijn altijd heel haastig. Als we iets doen, moet het liefst direct iets opleveren. En het allerliefst willen we dat we dat resultaat van te voren al kunnen voorspellen.

Best, we willen wel mensen uitnodigen voor een dienst – maar dan wel degenen van wie we weten dat ze zullen komen. Of we willen wel uitnodigen, maar dan moeten we er wel van overtuigd zijn dat dat ook wat oplevert – vertel eens, heb je ook voorbeelden van geslaagde acties? vragen mensen mij heel vaak…

Dat geldt ook voor werk in de kerk – daar willen we ook wel resultaat van zien. En als het niet direct oplevert wat we hopen, gaan we met elkaar praten over wat we verkeerd gedaan hebben…

Die zaaier wacht af. Hij slaapt en staat op, doet wat gedaan kan worden, hier wat wieden, daar een beetje water geven. Maar verder wacht hij af. En hij maakt zich niet druk om het resultaat terwijl hij zaait. Hij hoopt natuurlijk wel – uiteraard. Maar hij weet als geen ander dat het niet aan hem is, dat hij het niet in de hand heeft.

En toch zaait hij – omdat hij ook weet dat als hij niet gaat zaaien – er zeker geen oogst zal zijn.

Wij leven in een wereld die denkt in termen van “niet goed – geld terug”, “no cure – no pay”. Die manier van denken nemen we mee in de kerk. We willen best wat doen, maar dan moet het wel iets opleveren. Er moet wel iets uitkomen dat past in onze manier van doen en van denken.

Ik denk dat deze gelijkenis, dit verhaal van Jezus ons laat zien dat dat niet opgaat. Die manier van denken past niet bij het Koninkrijk van God. Daar is het niet het resultaat wat telt, niet het succes. Daar gaat het om één verloren schaap, niet om de 99 die er toch al waren. Daar gaat het om het zaaien – en de oogst komt later wel.

Trouwens: die zaaier, uit Jezus’ verhaal is eigenlijk best vreemd bezig. Hij  strooit maar wat an, en het zaad komt overal terecht. In de akker, maar ook in de berm vol onkruid, op de weg, op plekken waar de grond niet meer dan een paar centimeter dik is… Hij is bepaald niet aan het rekenen: zoveel investeren, dat kan dan zoveel opbrengen…

Zo doen wij het niet, als we zaaien, dan wel op plekken waarvan we weten dat het wat oplevert…

Maar zo is God niet, en zo werkt het in het Koninkrijk van God niet. Dat koninkrijk is royaal (dat betekent “koninklijk”), niet knieperig. Daar wordt met brede gebaren gestrooid, zonder erop te letten of er ook anderen zijn die er een graantje van meepikken en er verder niks mee doen…

Gods Koninkrijk, Zijn liefde is royaal, daar zijn geen grenzen aan.Daar mogen wij een voorbeeld aan nemen. Zaaien – gewoon het erop wagen, zonder garantie op resultaat. Mensen uitnodigen – zonder je er druk om te maken of ze zullen komen. Het feit dat ze uitgenodigd worden, is al genoeg. Dat is een eerste stap, en misschien hebben ze er nog wel heel veel meer nodig, voor ze ooit zullen komen. Misschien is jouw uitnodiging wel de eerste stap, het begin van iets dat vele jaren later, heel ergens anders, iets opbrengt… Maar nu weet je dat niet.

Zo worden wij uitgenodigd om Jezus te volgen – als zaaiers, die zaaien en dan rustig afwachten. Als je als zaaier meteen de volgende dag gaat kijken: groeit er nu nog niks? Waar blijft het? Of als je meteen al in de grond gaat peuteren: komt er al iets uit, dan wordt het niks.

Daarvoor is vertrouwen nodig. En elke boer en tuinier weet: geduld en vertrouwen leveren niet altijd op wat je ervan hoopte. Maar soms ook wel, ineens veel meer dan je hoopte – alleen kun je daar nooit van uitgaan.

Ik moet denken aan wat twee jaar geleden gebeurde in de tuin. Ik had wat groenten gezaaid, maar het meeste werd door de slakken opgevreten. In oktober dacht ik: nou moet ik toch die bak eens leeg maken, er staat zoveel onkruid in…

En toen ik goed keek, bleek dat de veldsla die ik in juni had gezaaid, winterveldsla was, en de hele bak stond er vol mee. We hebben de hele winter sla uit eigen tuin kunnen eten – wat een verrassing! Zomaar – terwijl ik nergens meer op rekende.

Zo mogen wij zaaien, en dan wachten, en bidden en hopen. Niet teleurgesteld raken als het niet gaat zoals wij willen of verwachten. Geloven en vertrouwen dat er iets gebeurt met wat wij zaaien – misschien wel op een heel andere manier en op een heel andere tijd dan wij denken. Vertrouwen dat die zaadkorrel die wij strooien, een eerste stap is en dat er meer stappen zullen volgen.

Of eigenlijk zeg ik dat ook nog verkeerd. Want God is allang aanwezig, voordat wij ook maar één korrel zaaien. Daarop vertrouwen, dat God er allang is voor wij komen met onze uitnodiging, dan is onze zaadkorrel, onze uitnodiging, onze bijdrage aan het werk in de kerk, één stapje op de weg die God met mensen wil gaan. Het resultaat? Dat is aan God die belooft dat er velden zullen zijn, wit om te oogsten.

Want:

9… zo hoog als de hemel is boven de aarde, zegt God,
zo ver gaan mijn wegen jullie wegen te boven,
en mijn plannen jullie plannen.
10Zoals regen of sneeuw neerdaalt uit de hemel
en daarheen niet terugkeert
zonder eerst de aarde te doordrenken,
haar te bevruchten en te laten gedijen,
zodat er zaad is om te zaaien en brood om te eten –
11zo geldt dit ook voor het woord
dat voortkomt uit mijn mond:
het keert niet vruchteloos naar mij terug,
niet zonder eerst te doen wat ik wil
en te volbrengen wat ik gebied.

Amen.

Boekenlegger op de permalink.

Reacties gesloten