Meditatie: “Onder ons gezegd, Heer”

Door ds. Bertine van de Weg
PG Nijverdal

In mijn boekenkast staat een oud boekje, beduimeld en vergeeld. Geen idee hoe ik er ooit aan ben gekomen. Ik heb het best vaak gepakt om er even in te lezen. Er staan gebeden in. Geen liturgische of prachtig poëtische gebeden, maar gewone gebeden, recht uit het hart. Waarschijnlijk spreken ze me daarom zo aan, zelfs als er soms woorden gebruikt worden die de meesten van ons nu niet meer gebruiken.

Het is fijn om te kunnen bidden met woorden van anderen, woorden die je worden aangereikt. Je vindt herkenning in de manier waarop de ander het heeft omschreven en je denkt bij jezelf: ‘Ja, zo ervaar ik het ook, maar zo had ik het zelf niet onder woorden kunnen brengen’.

Jezus heeft ons woorden gegeven om te bidden. ‘Het Onze Vader’ noemen we het gebed dat Hij zijn discipelen leerde. Het gebed waar alles in zit en waar je telkens toch weer nieuwe aspecten aan kunt ontdekken. Zelf ging Hij vaak naar een stille plek, of de berg op, om te bidden. Hij dankte God voor het eten voordat Hij ervan uitdeelde. In de hof van Gethsemané was zijn gebed een strijd. Aan het kruis riep Hij zijn nood uit, maar ook gaf Hij in vertrouwen en overgave zijn leven aan God. Misschien ook wel met woorden van anderen, woorden aangereikt uit de Psalmen (Ps. 22:16; Ps. 31:6).

Soms weet je niet wat je kunt bidden. Ben je blij met woorden van anderen, een lied, een Psalm, Het Onze Vader.
Soms pak ik dat oude boekje er nog wel eens bij. Via het internet ben ik erachter gekomen dat de schrijfster, Flora Larsson, een Britse heilssoldate van het Leger des Heils was. Haar boekje ‘Onder ons gezegd, Heer’ is alleen nog antiquarisch te verkrijgen. Mag ik je één van haar gebeden laten lezen? Gaat ook over bidden…:

Ik kan niet bidden
Uw dienaar de apostel, Heer, zei ons
dat we altijd moeten bidden,
maar dat kan ik niet…
dat kàn ik eenvoudig niet.
Ik bèn zo niet:
mijn gedachten zwerven weg,
ik krijg kramp in mijn voet,
en ik denk aan van alles, Heer.
Het schiet me te binnen dat ik de was nog moet binnenhalen,
dat ik beloofd heb Annie te bellen,
dat ik gisteren vergeten heb boter te halen
en een heleboel dingen meer,
duizend-en-één dingen;
dus U begrijpt wel, Meester, dat het moeilijk is
voor mij om te bidden.
Vind U ’t erg als ik gewoon praat over zo van alles
terwijl het gebeurt?
Op die manier Heer, zou ik met U in contact kunnen blijven.
Ik zou U kunnen vertellen van
de dingen die mij zorgen geven,
de dingen die raadsels voor mij zijn,
de dingen waar ik een hekel aan heb,
de dingen waar ik van houd,
en van mijn verlangens, Meester, die diepe, diepe verlangens
die U zelf in mijn hart hebt ingeplant.
Dat is misschien niet de hoogste vorm van gebed,
het is misschien niet wat anderen U te bieden hebben,
maar het zal mijn manier van bidden zijn,
en ik geloof dat U daar begrip voor hebt
en het aanvaardt.

Print Friendly, PDF & Email
Boekenlegger op de permalink.

Reacties gesloten.