Uitleg zondagochtend 12 januari 2020

Voorganger: ds. Laura van Weijen
Bijbelgedeelte: Jesaja 42: 1-7

Gemeente van de Heer Jezus Christus,

Afgelopen woensdag kwam er op de Volwassen Catechese zomaar die vraag: Was Jezus mens, hier op aarde? Of was Hij ook God? Hoe kan God, de allergrootste  mens worden  in een embryo?  En aan het kruis?

We zijn nog niet bij het kruis, we staan vanmorgen aan de oever van de Jordaan, maar de vragen van woensdag zijn er vanaf het begin van het christelijk geloof.

Voor je het weet glij je uit in de valkuil in een Grieks-hellenistisch denken. In die Griekse- Romeinse wereld  rond de tijd van Jezus, waren allerlei goden. De één was nog machtiger dan de ander. Soms deden die goden het met elkaar, soms maakten ze een uitstapje naar gewone mensen. Zo ontstonden godenzonen en halfgoden. Er waren oppergoden die het voor het zeggen hadden. De een schreeuwde nog harder dan de ander dat-ie de beste en de sterkste was. En ze waren zichtbaar in beelden.

Wij, de heidenvolkeren, zijn al snel op een Grieks-hellenistische wijze de verhalen uit de bijbel, gaan uit leggen. De laatste eeuwen zijn we ook sterk beïnvloed door de verlichting. Waarheid is:  als de feiten met elkaar kloppen. Iets is waar: als je het met je verstand uit kunt leggen, als een wiskundig systeem.

Eigenlijk sinds de tweede wereldoorlog zijn we veel beter gaan beseffen dat de bijbel een grote boekenkast is doordrenkt van de Joodse traditie. Dat Jezus als Jood geboren is en meer dan wie dan ook, uit de Thora geleefd heeft.

In die Joodse traditie zijn veel aartsmoeders onvruchtbaar, of ze hebben nog geen gemeenschap gehad. Ja maar hoe kan dat dan dat Maria wel een kind krijgt maar geen gemeenschap had?

In die Joodse traditie draait het niet om vrouwelijke vruchtbaarheid of mannelijke potentie. Bij de God van Israël gaat het om Gods Geest, die alles tot leven roept, heel de schepping en elke mens.

Het is de Geest die over Maria komt, en het kind dat geboren wordt zal vol zijn van de Geest van God. Je kunt vol zijn van voetbal, je kunt ook vol zijn van je nieuwe liefde, of van je auto.

Bij de God van Israël, de Eeuwige van wie Abraham de belofte krijgt dat alle volkeren gezegend zullen worden, bij deze God gaat het om de Geest en mensen die vol zijn van Gods Geest worden kinderen van God genoemd.

De profeten, de psalmen, ze zien uit naar de komst van de Messias, die vol van Gods Geest, als kind van God de goede schepping zal herstellen. Gods gerechtigheid zal vervullen.

Over de geboorte van Jezus vertellen de evangelisten heel verschillend. Marcus en Paulus vertellen er helemaal niets over. Over de doop van Jezus vertellen ze allemaal bijna hetzelfde. Alsof ze er met hun neus bovenop gestaan hebben.

Jezus komt bij Johannes om gedoopt te worden. Mens als alle andere mensen! Waarom laten mensen zich dopen? Om een nieuw begin te maken. Om hun oude leven, en alles wat ze achter zich aanslepen, los te laten. Opnieuw beginnen en mee te werken aan het Koninkrijk.

Wat zegt Jezus tegen Johannes? “Laat het nu gebeuren, want het is goed dat we op deze manier Gods gerechtigheid vervullen.”

Kopje onder in de Jordaan om  één te worden met al die andere mensen die daar komen voor een nieuw begin. Herstel van heel ons menselijk te kort en al die ellende waar geen eind aan lijkt te komen. Kopje onder in het water van de dood om Gods recht te vervullen.

Dat is wat anders dan: als je niet gedoopt ben kom je niet in de hemel.

Gods gerechtigheid vervullen. Jesaja spreekt over blinden die gaan zien, gevangenen die bevrijd worden. Doven zullen horen, lammen zullen huppelen, de wees en de weduwe, de arme en de vreemdeling, ze zullen gezien worden en recht gedaan, ze mogen voluit mens zijn. Gerechtigheid vervullen betekent meewerken aan het Koninkrijk dat gekomen is en komt.

De vier evangelisten gebruiken bijna dezelfde woorden, niet voor de doop, maar voor wat er daarna gebeurt: Jezus staat op uit het water, dan daalt de Geest als een duif op Hem neer. De hemel gaat open en er klinkt een stem: Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind ik vreugde.

Een hemels visioen dat klinkt als een klok. Een hemels visioen dat met een grandioze bevestiging een uitroepteken achter de doop zet. Deze is het, mijn oogappel. Kind van God, kind van mensen. Deze mens, met zijn laarzen voluit in de modder van heel ons mensenbestaan, maar vol van Gods Geest, vol van Gods gerechtigheid. Nu gaat het beginnen.

Wat gaat er beginnen?

Deze mens van God begint als geen ander aan het herstel van een mensenwereld die in brand staat en gebukt gaat onder de grootheidswaanzin van mensen die denken dat ze  god zijn en de ander naar het leven staan. Herstel van een mensenwereld waar gewone kleine mensen steeds weer opnieuw slachtoffer worden omdat anderen vol zijn van macht en heerschappij.

Deze mens van God schreeuwt de wereld niet in dat hij de beste en de sterkste is. Deze oogappel van God wordt één met de minste van de mensen, al die mensen die niet gezien worden, en waarop we niet zitten te wachten. Dit mensenkind van God bij uitstek. Hij wordt één met hen in de vluchtelingenkampen, aan de landsgrenzen met hun hoge hekken en muren. Hij wordt één met hen omdat hij vol is van Gods gerechtigheid. Hij wordt één met hen tot op het kruis, omdat de wereld niet op zo’n mens zit te wachten.

Gedoopt, niet alleen kopje onder in het water, maar kopje onder in ons lijden en onze dood wordt hij door de Eeuwige aan het licht gebracht. Uit de doeken gedaan: Deze is het, de levende, mijn geliefde, mijn kind, die liefde is en licht en leven voor mensen verloren in schuld.

Jezus, mensenkind vol van Gods liefde en daarom vol ontferming en vol barmhartigheid. Amen