Uitleg ochtenddienst 26 juli 2020

Bijbelgedeelte: Genesis 2- Openbaring 21
Voorganger: ds. L. van Weijen

Gemeente van de Heer Jezus Christus,

Opnieuw een loflied op het wonder van de schepping. Misschien is het wel humor van de bijbel dat het loflied van het 2e hoofdstuk ouder is dan het loflied van het 1e hoofdstuk.

Dit oudere loflied klinkt heel anders dan het vorige.

Er is aarde, maar het heeft nog niet geregend. Alles lig onder een vochtige dauw. Vruchtbare aarde dat geeft toekomst. Vruchtbare aarde klinkt in het Hebreeuws als adama. Uit het stof van die vruchtbare aarde, adama roept de Eeuwige de mens, adam. In het boek Job klinkt niet voor niets: uit stof ben je genomen, tot stof zul je terugkeren. Adam rood bruin kleimensje uit de roodbruine aarde.

Pas wanneer de Eeuwige de levensadem blaast in de neusgaten komt dit roodbruine stof mensje tot leven.

Opnieuw klinkt ook in dit loflied de roeping voor de mens: Het wonder van de schepping te bewerken en te behoeden. Eigenlijk staat er: dienen en zorgvuldig bewaren.

Het is goed om te beseffen dat de mens en al die andere levende wezens, en die roodbruine aarde met elkaar verbonden zijn, door de levensadem van de Eeuwig.

Uit datzelfde roodbruine stof van de aarde roept de Eeuwige bomen en planten tot leven, allerlei dieren, en brengt ze bij de mens, ze krijgen namen, maar niet één van deze levende wezens, is werkelijk het tegenover van de mens.

Dan klinken die woorden, die wij al te vaak tot het eerste huwelijksformulier gemaakt hebben:

Het is niet goed dat de mens alleen is, ik zal een hulp maken hem, haar tegenover. Iemand die bij je past. De betekenis is veel breder dan alleen maar: iemand op wie je verliefd kan worden.

Eigenlijk zou je kunnen denken aan twee grote raderen die iets anders in gang zetten. Een rader kan alleen maar ronddraaien. Twee raderen grijpen in elkaar en kunnen samen iets in gang zetten.

Mensen hebben mensen nodig. In de bijbel sta je als mens altijd in relatie met de ander. Dat begint al bij de geboorte: Als er geen handen zijn die een baby opvangen en verzorgen, te beginnen met water, heeft het kind geen leven. Vaak is dat ook zo bij het levenseinde: Wij zijn veel kwetsbaarder dan we denken, en we hebben veel vaker dan we zouden willen, anderen nodig om ons te helpen. Wat zou er van ons worden als we ziek zijn en er is niemand die ons tegemoet komt. Iemand die je in je laatste dagen een beetje water geeft als je lippen droog worden.

Maar natuurlijk gaat het om veel meer. We hebben de laatste maanden meegemaakt hoe mensen- met alle goede zorg van de verpleging- in eenzaamheid gestorven zijn omdat hun dierbaren nauwelijks bij hen mocht komen en hen niet mocht knuffelen.

Ook al is het voor sommigen een opluchting dat ze niet meer iedereen hoeven te zoenen. Er is ook het verlangen naar gewoon een knuffel. Even elkaar voelen.

Mensen hebben mensen nodig. Dat is breder dan alleen het huwelijk. Voor God sta je altijd hand in hand met de mens voor wie jij een naaste bent.

Eindelijk, tijdens de diepe slaap splitst de Eeuwige als het ware de mens en bij het ontwaken roept deze verheugd: Eindelijk deze is het…….isch en ischa klinkt er in het Hebreeuws. Mannelijk, vrouwelijk, deze mens is aan mij gelijk.

Mensen hebben mensen nodig om werkelijk mens te worden en aan hun roeping vorm te geven.

Ik onderstreep die laatste regel: beiden waren zij naakt, maar zij schaamden zich voor elkaar niet.

In alle kwetsbaarheid veilig zijn bij elkaar, betrouwbaar zijn voor elkaar. Dit scheppingslied bezingt het wonder dat mensen bedoeld zijn om samen de goede schepping te dienen en zorgvuldig te bewaren, maar daarom ook bedoeld zijn om elkaar tot medemens te zijn. Medemensen, door niet boven elkaar te gaan staan, en elkaar in een verkeerd daglicht te zetten. Elkaar niet te bedriegen of in de steek te laten. Medemens door de ander het goede te gunnen.

Medemensen, om wie je bent, en in welke huidskleur dan ook, als mens, open en bloot, in alle kwetsbaarheid, voluit aan het licht te komen.

Als je met dat scheppingslied in je oren, onze wereld inkijkt, kun je er moedeloos van worden. Mensen zijn vaak helemaal niet veilig bij elkaar. Als onze werkelijkheid werkelijk open en bloot, onze daden en gedachten, aan het licht komen, dan staan we met het diepe schaamrood op de wangen. Hebben wij nog de moed om vol te houden dat het anders kan, anders wordt?

Juist als christenen proberen we in dat spoor van Jezus, die roeping van God na te leven. Jezus die ons met zijn leven, zijn lijden, sterven, heeft laten zien hoe je werkelijk medemens bent vanuit Gods liefde.

Jezus die juist in zijn opstanding, zichtbaar gemaakt heeft dat God’s liefde geen mens loslaat.

De schepping wordt herschepping. In dat spoor van Jezus hebben die eerste christenen zich, ondanks alle vervolging, vast gehouden aan die visioenen van Johannes waarin hij uit de hoge een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zag neerdalen, getooid als een bruid die voor haar man versierd is.

Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, een geheel vernieuwde schepping, waar mensen elkaar recht doen.

Waar God zelf een tent opslaat om onder de mensen te wonen, en waar de Eeuwige mensen tegemoet komt als een helper en alle tranen uit de ogen afwist, waar het kwaad en al ons verdriet niet meer zal zijn.

Geen visioen om onze verantwoordelijkheid af te schuiven, maar een droom die ons nieuw leven in blaast en tot nieuwe mensen maakt, mensen die in Gods Naam zorg dragen voor de goede schepping en voor elkaar. Mensen die betrouwbaar zijn, bij wie je in alle kwetsbaarheid veilig bent. Levend op de adem van de liefdevolle God die trouw blijft.

Amen