Meditatie

Psalm 131
HEER, niet trots is mijn hart,
niet hoogmoedig mijn blik,
ik zoek niet wat te groot is
voor mij en te hoog gegrepen.


Mooie woorden. Echt iets voor moeder Teresa of majoor Bosshardt. Voor
mensen die zichzelf wegcijferen om een ander te helpen, om hun geloof handen en voeten te geven.
En dan nog klinkt het wel een beetje vreemd om dat van jezelf te zeggen. Dat je niet hoogmoedig of trots bent: ‘kijk mij eens niet hoogmoedig zijn’. Maar zij hebben die woorden niet geschreven, nee, ze worden toegeschreven aan David.

Hmm, dat roept vragen op. David liet toch juist zijn onderdanen tellen om te zien hoe groot zijn rijk was. Hoe bedoel je ‘niet trots of hoogmoedig’. En David pleegde toch overspel met de vrouw van zijn legeroverste en liet die man vervolgens omkomen in de strijd? Dat is toch behoorlijk hoogmoedig, alsof hij alles kon maken omdat hij de koning was.
Ja…., ja dat klopt. Zulke momenten waren er in het leven van David en nee, die waren niet goed. Maar je hoeft niet voor altijd getekend te zijn door je verkeerde daden. Je hoeft niet voor altijd vast te zitten aan wat je fout deed. David was ook degene die zich niet boven het volk verheven voelde (zoals zijn vrouw Michal dat wel deed) en die met hen bij de ark danste. Hij was degene die niet vertrouwde op zijn eigen kunnen en op de wapenrusting die hij van Saul mocht gebruiken, maar hij vertrouwde op God en in dat vertrouwen ging hij Goliath tegemoet.

Ik weet niet wanneer hij deze Psalm heeft gemaakt. Ik hoor de woorden ook niet als iemand die enorm zijn best doet om nederig te zijn. Ik hoor ze als een oprechte uitspraak. Misschien wel na een worsteling, na een strijd, met anderen en met zichzelf. Ik zie iemand die eerlijk en oprecht op de knieën zit. Open handen. ‘Heer, niet trots is mijn hart, niet hoogmoedig mijn blik, ik zoek niet wat te groot is voor mij en te hoog gegrepen’. Nee Heer, ik kom tot u met open handen, met een verwachtingsvolle blik. Juist omdat ik mijzelf weer ben tegengekomen. Omdat ik zo vaak wèl trots ben en hoogmoedig. Omdat ik denk dat ik zelf wel weet wat goed voor me is.

Omdat ik mijn eigen weg wil gaan en omdat ik het op mijn manier wil
doen. Maar zo gaat het niet Heer, zo kan ik niet verder. Ik ben stilgezet
en ik kom tot u, eerlijk, met alle ellende die ik met me meedraag.
Met mijn fouten en falen, met mijn gepruts en gedoe, met mijn grote
woorden en mijn tegenvallende daden. Met alles Heer…, maar ik leg
het bij u neer. Ik weet het: als een bedelaar, als een kind mag ik bij u
komen. Gelukkig maar, want ik red het niet meer. Ik laat het los, ik wil
niet langer doen wat ik zelf wil. Nee, ik ben niet langer trots of
hoogmoedig, ik wil niet meer zoeken wat te groot is voor mij en te hoog
gegrepen.

Nee, ik ben stil geworden, ik heb mijn ziel tot rust gebracht.
Als een kind op de arm van zijn moeder,als een kind is mijn ziel in mij.
Israël, hoop op de HEER
van nu aan tot in eeuwigheid.

Ds. Bertine van de Weg