Meditatie

Pinksteren, de Geestkracht die ons gaande houdt

Vorig jaar schreef ik rond Pinksteren dat we gehoopt hadden op Pinksteren weer ‘gewoon’ samen te komen in een volle kerk. We zijn inmiddels een jaar verder en er is nog niets gewoon. Voorzichtig mogen er met Pinksteren weer dertig mensen naar de kerk komen, samen met de medewerkers aan de viering. We zeggen wel tegen elkaar dat het einde van de tunnel in zicht is, maar wanneer we werkelijk de tunnel uitgaan, en wat we aan de andere kant van de tunnel te zien krijgen, blijft nog steeds een verrassing. Zullen de vaccinaties voldoende zijn wanneer er nieuwe mutaties van het virus optreden? Zullen we de 1,5 meter afstand los kunnen laten, en elkaar weer een knuffel kunnen geven?

De Geest van Pinksteren daagt ons uit om nieuwe wegen te gaan, ook in deze tijd, met alle beperkingen vanwege besmettingsgevaar. De Geest van Pinksteren is ook de kracht die we krijgen om gaande te blijven en het vol te houden om geduld op te brengen. De kracht die ons uithoudingsvermogen geeft.

Ik hoor mensen vragen en zuchten of het nog wel goed zal komen met de kerk, met onze gemeente? Een jaar aan de laptop en de kerkradio. Is de zondag daarmee ook niet veranderd? Gaan we ondertussen op zondagmorgen gewoon andere dingen doen?
Zouden we ook kunnen zeggen dat we dankzij de hele coronacrisis meer mogelijkheden hebben gekregen om onze vieringen uit te zenden? Mensen kunnen op hun eigen tijd en plaats, de rust en de tijd nemen om te kijken of te luisteren. Het is goed om te bedenken dat er ook voor de coronacrisis mensen waren, die altijd al afhankelijk waren van de kerkradio of de videodienst, omdat ze aan huis gebonden waren en zijn, en dankzij deze mogelijkheden verbonden bleven met de gemeente.

Maar gemeente-zijn is meer dan aan je laptop, computer of kerkradio zitten. Vanaf het allereerste begin bestaat de gemeente uit de mensen die haar willen vormen. Mensen die elkaar in huiskamers of andere plekken opzoeken, om samen te zingen, te bidden, zich in die woorden van God te verdiepen, om samen het brood te breken, en van daaruit iets te betekenen voor de samenleving. Die allereerste kleine gemeentes vielen op omdat ze omzagen naar mensen die kwetsbaar waren: zieken, slaven, armen, weduwen en wezen, vreemdelingen. Het begon niet met volle kerken, maar met kleine groepjes mensen, die geraakt waren door de Geest. Kleine groepjes mensen in een maatschappij die het behoorlijk dwaas vond om in een gekruisigde en opgestane Messias te geloven. Een maatschappij die het net zo dwaas vond om je te bekommeren om kwetsbare mensen.
Rare mensen die christenen! En toch vonden ze de moed en de kracht om het vol te houden en door te gaan.

Altijd goed om te bedenken hoe het met ons als gemeente verder zal gaan na de coronacrisis. In alle nuchterheid: daar zijn we zelf bij. Wil jij dat de gemeente iets voorstelt dan is het ook aan jou om je schouders er onder te zetten, en je steentje bij te dragen. Om mee te doen op elke plek waar mensenkracht nodig is. Met denken dat anderen het wel zullen doen, houd je geen gemeente gaande. Jawel God houdt de gemeente gaande, maar de Eeuwige doet dat niet buiten mensen om, maar maakt gebruik van gewone mensen met al hun fouten en gebreken of onzekerheden. Dat vind ik het mooie van Pinksteren: De Geest stimuleert heel gewone mensen om met enthousiasme nieuwe wegen te gaan!

Een heel fijn Pinksterfeest!
Laura van Weijen