Meditatie

Eeuwig leven

Tijdens het laatste ‘tafelgesprek’ – een eenvoudige maaltijd met zo’n 8 gemeenteleden, waar elk onderwerp aan de orde kan komen- vroeg iemand om met elkaar te praten over het eeuwige leven. Ik mijmer wat na:
Eeuwig leven; eeuwigheid; onsterfelijkheid; de hemel, hebben we het dan over hetzelfde?

Staat de Eeuwige buiten onze tijd, of is wie wij de Eeuwige noemen, eeuwig nu? Is de Eeuwige van alle tijden? Altijd in relatie met mensen. In de Joodse traditie verloopt de eeuwigheid van dag tot dag. Zou eeuwig leven ook over kwaliteit van leven kunnen gaan? Leven zoals God dat bedoelt?
Wanneer iemand aan Jezus vraagt hoe hij het eeuwig leven kan beërven, beantwoordt Jezus deze vraag met dat verhaal over die man, die in elkaar geslagen, achtergelaten wordt. Uiteindelijk is er een Samaritaan die door ontferming bewogen, zich het lot van het slachtoffer aantrekt. Deze Samaritaan, iemand waarmee je niet gezien wilt worden, stelt Jezus als voorbeeld: Doe net als hij en je zult deel krijgen aan het eeuwige leven.
Er wordt verteld dat toen ds. Dietrich Bonhoeffer, in 1945, gedwongen werd om naakt naar zijn galg te lopen, een bewaker tegen hem zei: ‘Dit is het einde!’ Dietrich Bonhoeffer zou geantwoord hebben: ‘Dit is het begin van het nieuwe leven!’

Ooit werd ik gebeld door een gemeentelid: ‘Ik wil graag met u over het leven na de dood spreken’. Op mijn reactie of ze een mooi antwoord, of een eerlijk antwoord wilde, zei dit gemeentelid: Ik begrijp het al, u weet het ook niet!

Je zou zo graag op je tenen willen staan, en over de schutting willen kijken, maar helaas, dat lukt niet. Jawel, er zijn verhalen van mensen die prachtige kleuren gezien hebben, muziek gehoord hebben, een poort, een hemels licht zagen, en tot hun spijt terugkeerden naar dit leven. Ik heb gehoord hoe mensen door zo’n ervaring een rust en een vrede gekregen hebben, waardoor de angst voor de dood volledig weg is.

Wat wij het Oude Testament noemen, is zeer terughoudend als het gaat over een leven na de dood. Veel terughoudender dan veel van onze liederen. ‘Aartsvaders en -moeders worden vergaderd bij hun voorgeslacht. Sommige profeten, met name Jesaja, vertelt dat het oude voorbij zal gaan. Hij ‘ziet’ de schepping van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waar gerechtigheid woont. Ook in het Nieuwe Testament wordt er minder over gezegd dan wij vaak denken. Johannes op Padmos ziet het visioen van Jesaja werkelijkheid worden, hij ziet een nieuwe hemel en een nieuwe aarde neerdalen uit de hoge, en de dood zal niet meer zijn. Er zal geen rouw, geen pijn, geen verdriet meer zijn, wanneer de tent van God bij de mensen is. Deze eenvoud staat in groot contrast met dat beeld van die gouden stad, waar God het licht is van de zon en van de maan. Die stad met de poorten die nooit meer dicht gaan. Dat laatste beeld komt alleen aan het eind van Openbaring voor.

Paulus probeert in de brief aan de gemeente van Korinthe te verwoorden wat hij eigenlijk niet verwoorden kan: dat in een ondeelbaar ogenblik het aardse lichaam veranderd zal worden in een hemels lichaam, dat we bekleed zullen worden met een onvergankelijk lichaam.
Ik denk ook aan wat hij schreef in zijn brief naar de gemeente van Rome: dat niets en niemand, dat zelfs de dood ons niet kan scheiden van de liefde van God, die voor ons zichtbaar geworden is in Christus Jezus.
Hij, de Levende die gezegd heeft: Wie in mij gelooft zal leven, ook al is hij gestorven. Komt het daar niet op aan, dat wij, levenden en doden, geborgen zijn in de liefde van God?! Geeft dat vertrouwen, die overgave ons niet de ruimte en de vrijheid om van dit leven iets moois te maken! Van dag tot dag!

Laura van Weijen