Meditatie

“GA JE MEE?’
Jezus zei: ‘Volg Mij!’ En Levi stond op en volgde Hem (Marcus 2:14)

Hanny schrok van haar eigen woorden. Ze had het gezegd voordat ze er goed en wel bij nagedacht had. ‘Ga je mee?’. ‘Ga je mee naar de kerk?’, had Hanny bedoeld. Hanny had aan haar vriendin Maartje verteld, dat ze voor de Paasdienst in de kerk een bloemstuk moest maken. Een ‘liturgische bloemschikking’. Hanny vindt dat mooi om te doen. ‘Lijkt me ook best leuk’, zei Maartje, ‘Ik ben ook graag bezig met bloemen en planten – al heb ik niet zulke groene vingers als jij, Hanny’. ‘Nou’, had Hanny gezegd, ‘dat is ook niet het belangrijkste. Als wij een bloemstuk maken voor de kerk gaat het vooral om de symboliek. Om het idee dat erachter ligt’. ‘Wat ga je dan voor Pasen doen?’, vroeg Maartje, ‘Iets met kuikentjes en eieren?’. ‘O nee, Maartje’, misschien leggen we er stiekem een eitje bij, maar dat is voor ons niet het belangrijkste. Met Pasen vieren we de Opstanding van Jezus’.

Van het één kwam het ander. Voor ze het wisten zaten Maartje en Hanny in een diepgravend gesprek over leven en dood, over Jezus, die de dood overwon. Maartje, dat wist Hanny wel, had niets met geloof. Ze was er niet mee opgevoed. Ze hoorde niet bij een kerk.?
‘Geloof jij dat echt, Hanny?’, had Maartje gevraagd, toen ze vertelde, dat het graf, waar Jezus in gelegen had leeg was. “Ja, en ik niet alleen! Juist met Pasen zit de kerk vol. We zingen allemaal om het hardst ‘De Heer is waarlijk opgestaan’… Maar zeg, Maartje, weet je wat: Ga mee!”

Zo kwam de vraag op tafel: ‘Ga je mee?’.
Dezelfde vraag die 2000 jaar geleden geklonken had. Uit de mond van Jezus Zelf. In de oren van Levi, de tollenaar. Levi was met het geloof opgevoed, maar hij had het geloof aan de kant gezet. Tenminste: hij had zichzelf van het vrome volk, het kerkvolk, uitgesloten. Door zijn beroep. Een tollenaar haalt tolgeld op voor de heidense bezetters. Dus hoor je er niet meer bij. Het kan Levi niet zoveel schelen. Er staat iets tegenover: Geld! Geld stinkt niet. Geloof was voor Levi op een laag pitje komen te staan.
Maar vandaag komt Jezus voorbij. De Man, die leert dat geld niet gelukkig maakt, staat stil bij de deur van Levi. ‘Ga je mee?’, klinkt het. Levi gaat mee. Wat een wonder. Als Adam staat hij op uit het slijk der aarde… Door God geroepen, aangesproken, tot nieuw leven gewekt. Als nieuw mens, opnieuw geboren.

‘Ga je mee?’. Wat zal Maartje doen, nu Hanny het haar gevraagd heeft? Het was maar een eenvoudig vraagje vergeleken bij die opdracht uit het evangelie. Niet: ‘Laat alles in de steek en volg Jezus’. Maar: maak je op zondagmorgen een uurtje vrij om mee te gaan naar de kerk. De kerk is Jezus niet. Wij zijn Jezus niet. Maar eigenlijk hopen we wel, dat het wonder gebeurt. Van ‘Jezus komt vandaag voorbij en roept ook u, ook jou en mij…’. En ook roept Hij: mijn ongelovige vriend of vriendin. Onze ongeïnteresseerde zoon. Onze onverschillige dochter. We hopen dat Jezus ook hen roept. Misschien wel met behulp van onze vraag. ‘Ga je mee?’

Ds. Hans van Dalen