Uitleg zondagochtend 6 juni 2021

Voorganger: ds. L. van Weijen
Bijbelgedeelte: Hand 2:42-47
Viering van de Maaltijd

Gemeente van de Heer Jezus Christus,

Wanneer er wat te vieren valt, dan hoort daar vanzelfsprekend ook eten bij. Een goede maaltijd. Met vrienden, of met heel je familie.

In veel landen is de maaltijd een teken van gastvrijheid. Wanneer wij, in de tijd dat we in Burkina Faso woonden, ergens kwamen dan kregen we altijd iets te eten en te drinken. Mensen met een Molukse, Turkse, Marokkaanse, Syrische achtergrond kunnen hun buren met een overdaad aan hapjes verwennen.

Wanneer Abraham drie vreemdelingen op bezoek krijgt:  hij springt uit zijn ligstoel. Zet zijn mensen aan het werk en even later zitten ze aan een goede maaltijd.

Jesaja droomt over die maaltijd op de berg van de Heer waar vette spijzen en belegen wijnen klaarstaan voor alle volkeren, iedereen is er van harte welkom.

Waar Jezus het brood breekt is er genoeg voor iedereen.

Waar mensen samen genieten van de maaltijd is er de vreugde van de vrede. Op 5 mei zie je steeds meer vrijheidsmaaltijden, gewoon in de straat of in het park, waar iedereen van harte welkom is en waar je samen het glas kunt heffen op vrijheid en vrede.

De afgelopen tijd hebben we kunnen ervaren hoe kaal het leven wordt als je niet gewoon met vrienden of met familie samen kunt eten.

In de gemeente van de Heer heeft het er vanaf het begin bij gehoord. Jezus heeft ons daartoe aangezet: Zo dikwijls jullie met elkaar het brood breken, zo dikwijls jullie de wijn drinken, doe dat dan tot mijn gedachtenis…….

Jezus zei die woorden tijdens de viering van Pesach. het Joodse Paasfeest. Feest van bevrijding uit slavernij en de onderdrukking. Als een proclamatie en als opdracht staat het boven die Tien Woorden van bevrijding: Ik ben de Here uw God die U bevrijd heeft uit het  slavenhuis Egypte, zorg er dus voor dat je een vrij mens blijft!

Vrij niet in de betekenis dat je er maar op los kunt leven omdat jij je eigen leven mag bepalen, nee, vrij met de verantwoordelijkheid dat de ander ook van die vrijheid kan genieten.

In Gods perspectief gaat het nooit alleen maar om je eigen leven, maar zet je je ook in voor het geluk van de ander.

Als geen ander heeft Jezus zijn eigen leven ingezet voor de vrijheid en voor het geluk van de ander.

Wij willen dat nog weleens kort door de bocht vertolken met: als je maar in Jezus gelooft ga je later naar de hemel.  Door de kerkgeschiedenis heen hebben wij daar een dogma van gemaakt: wie niet naar de hemel gaat, gaat naar de hel.

Jezus sprak veel minder dan wij denken over hemel en hel. Jezus sprak vanuit de verwachting van dat nieuwe koninkrijk, de verwachting van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waar gerechtigheid woont.

De bevrijding die in zijn woorden en daden doorklonk, spreekt over het recht om als mens op te mogen bloeien, om te worden zoals je bedoeld bent. In de opstanding van Jezus Christus klinkt de belofte dat Gods liefde groter is dan de macht van duisternis en dood die zoveel kapot maakt. Die hoop van Gods liefde voelt als een hemel op aarde.

Leven in de Geest van Jezus maakt je tot een ander mens.

Het was dus geen moeten, maar enthousiasme en vreugde waarmee die eerste volgelingen graag en met grote regelmaat bij elkaar kwamen. In de tempel en bij elkaar thuis. Om het brood te breken en met vreugde en eenvoud samen maaltijd te houden.

Die eerste volgelingen hadden tijdens een gewone maaltijd ook een moment van bezinning waarbij ze hardop en met vreugde terugdachten aan die laatste maaltijd van Jezus met zijn leerlingen.

Vanuit de brief aan de gemeente in Korinthe weten we dat iedereen wat meebracht. Iedereen brengt iets lekkers mee, tijdens het eten is er een die opstaat en stilte vraagt en met brood en wijn het verhaal van die laatste Pesachmaaltijd van Jezus vertelt. Met vreugde breken ze dan het brood en delen het met elkaar. Met vreugde heffen ze het glas op de opgestane levende Heer. Met vreugde zingen zij met elkaar hun liederen op zijn toekomst: looft de Heer want hij is goed, trouw in alles wat hij doet.. die eeuwenoude woorden klinken door tot op de straat.

Een beetje vreemd zijn ze wel, die volgelingen. Ze zeggen dat ze alles gemeenschappelijk delen. Reken maar dat hun omgeving heel wat geroddeld heeft. Rare mensen. Ze verkopen hun bezit om te zorgen dat ze allemaal voldoende hebben om te leven. En heb je het gehoord, ze kijken ook om naar de daklozen. Slaven en vrouwen mogen ook meedoen. Rare mensen.

En toch, vanuit die vreugde, vanuit dat omzien naar mensen die kwetsbaar zijn, vanuit de eenvoud van hun levensstijl staan ze goed bekend en zijn ze aantrekkelijk, trekken ze andere mensen aan.

Eerlijk gezegd denk ik dat die eerste volgelingen zich niet zouden herkennen in de wijze waarop wij het avondmaal vieren. Ook al proberen we dicht bij het evangelie te blijven.

Dat samen eten was voor hen, vast zo vanzelfsprekend als voor ons het met elkaar zingen. Velen hebben gemerkt wat voor een gemis het is wanneer je in de beleving van je geloof opeens niet meer mag zingen.

Stel je voor dat we als mensen van Jezus Christus zo vanzelfsprekend samen zouden eten en met vreugde elkaar steeds weer in gedachten brengen dat brood en wijn de tekens zijn waarmee wij met elkaar verbonden worden als mensen van die ene Heer. Brood en wijn als teken van zijn Geest die ons de kracht geeft om in ons doen en laten vooruit te lopen en mee te werken aan dat koninkrijk dat komt, die nieuwe hemel en die nieuwe aarde van heelheid, recht en vrede.

Ik hoop dat we daar met vreugde het glas op heffen.

Amen