Meditatie

Wij leven van de wind

Hoe sterk is de eenzame fietser, die kromgebogen over zijn stuur, tegen de wind,
zichzelf een weg baant…’.

Als ik aan wind denk, schiet me het liedje de ‘eenzame fietser’ van Boudewijn de Groot te binnen. Dan moet ik – als eenzame hobbyfietser – denken aan al die fietstochtjes, waarop ik te kampen krijg met hevige windvlagen. Tegenwind, wel te verstaan.

De wind is voor ons een vervelende spelbederver. Veel erger is het als een hevige windvlaag dood en verderf zaait. Orkanen, tornado’s, wervelstormen. Wij gebruiken de wind als beeld voor alle dingen in het leven, die tegenzitten. Tijden dat je de wind tegen hebt. Je komt bijna niet meer vooruit op je levensweg. Ploeterend en zwoegend, kromgebogen over je stuur, baan jij jezelf een weg. Zo kan het leven verlopen. Eerst ervaar je dat nog als uitdaging. Je neemt je voor er dapper tegenaan te gaan. Je laat je niet klein krijgen. Na verloop van tijd raak je vermoeid. Er komt een moment dat je er niet meer tegen kunt.

Op Pinksteren gaat er een heel andere wind waaien. Het huis in Jeruzalem waar de leerlingen bijeen zijn wordt niet getroffen door een hevige windvlaag. Er is geen dood en verderf. Geen storm, geen orkaan. Er klinkt alleen geluid. Er is onverwacht iets te horen. Geluid als van een hevige windvlaag. Hevig, geweldig, machtig: jazeker. Maar er gebeurt niets ernstigs, niets verschrikkelijks, niets ergs. God komt als de wind, maar zonder brokken te maken.

Het doet denken aan wat er gebeurde bij de berg Horeb na de uittocht uit Egypte. Daar verscheen God. De HEER kwam Zijn volk opzoeken. Het eerste, wat er toen van God te merken was, was een indringend geluid. Vanuit de hoogte klonk het geschal van een bazuin, een ramshoorn. De ramshoorn is een signaalinstrument. Het kondigt iets aan. Een nieuw begin, een nieuwe lente, een nieuw geluid. De verlossing uit Egypte in de rug, het beloofde land voor ogen. Je mag opstaan! In beweging komen. Op weg gaan.

Gods Woorden wijzen je de weg – dat is Pinksteren. Op het Pinksterfeest in Jeruzalem is het alsof er een blaasinstrument wordt aangeblazen. Het is alsof God Zelf op de ramshoorn blaast, op de blokfluit speelt of achter het orgel gaat zitten. Er klinkt muziek – hemelse muziek, die een nieuw begin aankondigt. Nieuw begin van leven. De HEER gaat blazen. Zijn Geest gaat waaien. Geen dood en verderf, maar Gods herscheppende kracht.

Gods geluid klonk, klinkt nog steeds. Bij ons. Pinksteren gebeurt telkens weer. Het wonder herhaalt zich. Onverwacht gaat Gods wind waaien. Je wordt geraakt door het evangelie. Je hoort muziek uit de hemel. Het spreekt je aan. Het raakt je hart. De wind begint onverwacht uit een andere hoek te waaien. Tegenwind wordt wind mee, die klinkt als muziek in je oren. We gaan zélf klinken als bazuin, als fluit. Ieder met een eigen klankkleur. Gewone mensen als jij en ik gaan spreken over wat God in Jezus Christus voor ons gedaan heeft. Over het nieuwe begin, aangebroken door de dood en opstanding van onze HEER. Ik kan verder met Gods wind in de rug.

Ds. Hans van Dalen