Meditatie

Eeuwigheidszondag: de rouwsluier verdwijnt

“Op deze berg vernietigt Hij de sluier waarmee alle volken omhuld zijn, het kleed dat alle volken bedekt. Voor altijd doet Hij de dood teniet. God, de HEER, wist de tranen van elk gezicht” (Jesaja 25:7-8a).

In onze tijd en onze omgeving kennen we niet zoveel rouwgebruiken meer. Vroeger, of ook nu nog wel in andere landen en culturen, kon je bijvoorbeeld aan de kleding duidelijk zien of iemand in de rouw was of niet. Uit de Achterhoek kan ik me herinneren, dat een oude vrouw mij eens vertelde, dat ze als kind haar moeder verloor. Ze kreeg een zwart lapje op haar kleren genaaid. Dat zwarte lapje moest er een jaar
lang opblijven. Iedereen kon al die tijd zien: ‘Dat meisje heeft haar moeder verloren’. Dat was duidelijk, maar ook vervelend voor het kleine meisje. “Want mag ik wel vrolijk lachen en spelen met zo’n rouwlapje op mijn kleren?”. Ze was dan ook wát blij, dat het zwarte lapje er eindelijk af mocht. Dat wil natuurlijk niet zeggen, dat haar verdriet voorbij was. Als je van iemand gehouden hebt, gaat dat nooit meer over. Ik hoor dan mensen zeggen: ‘De scherpe kantjes gaan eraf. Ik kan er beter over praten. Maar over?
Nee, dat gaat nooit over. Het gemis blijft altijd’.

Het gaat nooit over… zelf moet ik dan denken aan één van mijn grootmoeders. Die oma overleed toen ik een jaar of zes oud was. Oma Herweijer kan ik me dus vaag herinneren. Maar wat bij mij in mijn geheugen gegrift staat, was haar zwarte kleding. Altijd liep oma in het zwart. Dat had alles te maken met het grote verlies in haar leven. Eén van haar kinderen, mijn oom Hannes (ik ben naar hem vernoemd), was
verdronken. Over dat verlies kwam ze nooit heen. Dat stempelde haar leven, totdat zij uiteindelijk overleed.

Rouwgebruiken – zo extreem als bij mijn oma is het meestal niet. Je rouwt – voor een tijd. Er is een tijd van droefheid, van radeloosheid, van diep intens verdriet. Maar na verloop van tijd (zonder dat er iets van het gemis afgaat) merk je toch dat er weer een glimlach doorbreekt. En hopelijk iets later zelfs een schaterlach. Je kunt – ondanks alles – toch weer genieten van het leven. De zwarte grauwsluier, die alles verdoft wat glans bezat en gloed, trekt weg. De rouwsluier verdwijnt.

Dat ziet ook de profeet Jesaja gebeuren. Hij ziet hoe mensen uit alle volken gekleed gaan in een rouwgewaad. Rouwgebruiken kende men ook in de Bijbelse tijd. Je strooide bijvoorbeeld as of stof op je hoofd als teken van rouw. Of je maakte een scheur in je mantel, je scheurde je kleed. Een wat minder bekend ritueel uit de Bijbelse tijd was een doek, de rouwsluier, die je om je hoofd wikkelde. Daarmee drukte je uit, dat je in het donker terecht was gekomen. Dat je het licht niet meer zag. Dat je het dus niet meer zag zitten en dat je dus maar liever wegkroop in een donker hoekje. Jij hoort er even niet meer bij – bij het vrolijk daglicht. Je verbergt jezelf in de duisternis. Misschien voor deze of gene een treffend symbool: de neiging om weg te kruipen, omdat je het licht, dat normaal zo vrolijk is, niet meer kunt verdagen. Het steekt je in de ogen. Je kunt er niet tegen, dat het gewone dagelijks leven zo maar doorgaat, terwijl jouw leven nacht is…

Maar in zijn prachtige visioen, dat heerlijk bericht van Boven, mag Jesaja horen en zien: er komt eens een einde aan de rouwperiode. Eenmaal op de dag, eenmaal op de berg van de HERE God zal verlossing dagen. De dood doet Hij teniet. De dood wordt zelf gedood, het verslindend monster wordt verslonden. Zo waar de HERE leeft. Dan draait de deur van de feestzaal open en barst het feest los. Het grote feestmaal staat klaar. Zwarte rouwkleren zie je daar niet meer. Rouwsluiers kunnen in de kast. Tranen
worden van elk gezicht gewist.

Dit blij vooruitzicht, deze hoop, vieren wij op de laatste zondag van ons kerkelijk jaar. Die zondag heet ‘voleindingszondag’ of ‘eeuwigheidszondag’. Dan is Gods plan voorgoed voleindigd. Voor eeuwig zullen we – hoe dan ook en waar dan ook – de HEER ontmoeten en elkaar weerzien. Ik zie het al voor me: zelfs mijn oude oma draagt dan een kleurige bloemetjesjurk.

Ds. Hans van Dalen